
Er zijn een aantal dingen in het leven die ik niet doe, liever niet doe, of alleen bij hoge uitzondering doe. De eerste is rennen. Rennen in het algemeen, maar rennen voor bussen en treinen in het bijzonder. De tweede activiteit waar ik een bloedhekel aan heb is wachten. Meer specifiek, wachten in een rij!
Doel van vandaag is een fietstocht door Peking. Onze reisgids heeft een route die 14,5 kilometer bedraagt. Het is weliswaar weer warm maar niets doen is geen optie en een beetje fietswind zou nog wel eens voor wat verkoeling kunnen zorgen. Het huren van een fiets blijkt geen makkelijke opgave te zijn. Wellicht komt dat door het grote aanbod aan deelfietsen in de stad. Drie deelfietsen op één app op één telefoon blijkt niet mogelijk te zijn. We worden gedwongen een andere keuze te maken. We besluiten een aantal hotspots van de stad te bezoeken met behulp van Didi. Het eerste doel: Plein van de Hemelse Vrede. San ik zijn van de generatie die de val van de Muur (die in Duitsland welteverstaan en niet die van China) hebben meegemaakt, getuige waren van de vrijlating van Nelson Mandela en meer iconische momenten uit de jaren 80, 90, 00’s. Wat in dit rijtje natuurlijk niet mag ontbreken zijn de studentenprotesten op het Plein van de Hemelse Vrede (Tiananmen Square). Floor zegt het allemaal maar weinig maar gaat uiteraard wel mee.
Na het ontbijt wordt de Didi besteld en binnen een paar minuten staan we aan de rand van het immens beveiligde gebied rondom het Plein. Voordat we überhaupt in de buurt van het Plein kunnen komen moeten we door een politie controle heen zien te komen. De paspoorten worden gecontroleerd. De controle zelf stelt niet heel veel voor. Onze paspoorten kunnen niet worden gescand dus het rest oom agent niet anders dan ons door te laten lopen. Zo vroeg in de ochtend is het al weer warmer dan waarop ik me had ingesteld. Dat wordt nog wat… Om richting Plein te kunnen, moeten we eerst een drukke straat oversteken zo laat San zich informeren door een van de spaarzaam Engelssprekende agenten. Daar was ik al bang voor. Aan de andere kant van de straat staat een rij van hier tot Tokyo… En die wordt in de paar minuten dat we er naar kijken alleen maar langer. Hoe zwaar wegen mijn principes? Ik geef aan dat ik het wel ‘eventjes’ wil proberen. We hoppen met z’n drieën van schaduw naar schaduw om uiteindelijk redelijk vlot aan de overkant van de weg te komen en aan de achterkant van de rij aan te sluiten. Het lijkt allemaal nogal mee te vallen. Redelijk vlot bereiken we controlepost 1 en ook controlepost 2 wordt behoorlijk snel geslecht. Zie je nu wel. Waar maak ik me toch altijd druk over. Goed geluimd richting controlepost 3 dan maar. En dan stokt de voortgang, we staan stil. Met de finish in zicht gaat de motor kaputt. De zon is meedogenloos en straalt ons helemaal de tering! Gelukkig zijn we niet de enigen in de rij die het warm hebben. Door de hitte is mijn broek al weer een ‘two tone trouwsers’ geworden en mijn rug een glijbaan van zweetdruppels. Als rechtgeaard toerist sta ik met een uit het hotel meegenomen handdoekje op m’n hoofd te wachten tot de rij weer in beweging komt. “Jongens, dit is toch zinloos”, mopper ik. San knikt al bijna instemmend. Maar er is altijd wel iemand die niet buigt, wiens wil sterker is en die niet van ophouden weet. “Laten we nog heel even wachten”, antwoordt Floor, “we zijn immers al zo ver gekomen”. Okay, nog even dan. Mijn humeur ligt inmiddels drie meter achter me in een plasje achtergelaten zweetdruppels. Nog maar een keertje m’n hoofd, nek en armen afdoen met het niet meer zo hele droge handdoekje uit het hotel. Uiteindelijk lijkt ook bij nu Floor langzaam maar zeker het licht uit te gaan. Nog heel even volhouden nu, we staan al in de schaduw van de laatste controlepost. Nog één keer een paspoortcontrole, nog één keer een tassencontrole en als kers op de taart ook nog gefouilleerd worden. “Nou kerel”, denk ik terwijl oom agent aanstalten maakt om mij te onderzoeken, “veel succes met voelen”. Oom agent raffelt z’n controle een beetje af maar vraagt me op het eind toch nog even m’n broekspijpen omhoog te doen. Ik denk eerst nog dat ‘ie m’n hoeven wil controleren en laat het gedwee de onderkant van mijn schoenen zien. Dat is duidelijk niet de bedoeling, de broekspijpen moeten echt omhoog. De kletsnatte pijpen willen maar moeilijk omhoog en ik vraag me af welke masochist in godshemelsnaam naar mijn witte benen wil kijken.
En dan opeens, zeeën van ruimte. We hebben de laatste controle doorstaan en kunnen nu echt richting plein. We stappen eerst even een winkeltje in en kopen voor Floor een handventilator. Het ding geeft in ieder geval de broodnodige verkoelig. Zodra ik het plein op stap bekruipt me een vreemd gevoel. Ik ken dat gevoel, ik heb het al vaker gehad. Twee jaar geleden in Cambodja bij het bezoek aan de Tol Sleng museum en nog veel eerder in Zuid Afrika bij het bezoek aan het District Six museum. Het grote verschil tussen deze landen en China is dat de eerstgenoemde er wel alles aan doen om de herinnering aan hun geschiedenis levend te houden. China daarentegen zwijgt als het graf, er is niets op het plein dat herinnert aan de studentenopstanden…
Het gebied rondom het plein lijkt een groot oorlogsgebied. Overal hekken, overal camera’s en overal politie. Zodra we de plichtmatige foto’s hebben gemaakt zoeken we een weg naar de uitgang. Het is nog steeds vroeg maar de warmte eist z’n tol. We zijn moe. Niet eens per se heel hongerig, maar vooral uit een praktisch (koel) oogpunt stappen we een restaurant binnen. Het is binnen al gezellig druk en alle tafeltjes lijken bezet. Boven blijken echter ook nog een paar tafeltjes te staan en eentje daarvan is leeg. We hebben mazzel. We hebben wat moeite met het maken van een keus. Met name Floor is nog te veel bevangen door de hitte. San is er wel snel uit, zij gaat voor een Chinese versie van de overbekende kipsateh. Ik heb op de kaart een gerecht gezien met buikspek dus ook ik heb m’n keuze gemaakt. Floor uiteindelijk gaat voor wat fried rice met een groente-vleesgerecht. Omdat fried rice niet op de kaart staat vragen we onze serveerster met behulp van onze vertaalapp wat de mogelijkheden zijn. Nope, geen fried rice geeft ze aan. Onze serveerste laat op haar beurt haar telefoon zien voor het alternatief: fried rice… Dusch… De gerechten die op tafel komen zijn regelrechte winnaars. Wellicht is de uitzondering die de regel bevestigt mijn buikspek. Het lijkt niet eens op het plaatje in het menu. Ik blijk Rou Pi Dong besteld te hebben (een traditioneel koud voorgerecht dat erg populair is in het noorden van China. De varkenshuid wordt volledig ontdaan van vet, in reepjes gesneden en urenlang zachtjes gekookt met gember, lente-ui en steranijs). Het mondgevoel is heel vreemd, de smaak is okay maar een volgende keer? Mij nie bellen nie…
Zoals verwacht heeft de hitte echt z’n tol geëist. We besluiten terug te gaan naar het hotel om een uurtje te rusten. Als we weer bij de pinken zijn wordt het plan voor de rest van de dag besproken. Ik open de gordijnen van onze kamer en weet dan al bijna zeker dat eventuele plannen in het water zullen gaan vallen. Het wordt donker in Peking en het begint behoorlijk te waaien. Niet veel later klinkt in de vertel gerommel en zien we wat bliksemschichten. En ja hoor, daar zijn de eerste regendruppels van deze vakantie. De regen gaat van een mals buitje over in een flinkje hoosbui. Ergens op de veertiende etage in een hotel in het hartje van Peking staat een klein kind in de kamer te springen. Het is Sandra. Het kind wil buitenspelen in de regen… En als Sandra buiten in de regen wil spelen, dan gaat Sandra buiten in de regen spelen. Zelfs het personeel van het hotel weet niet wat ze zien. De medewerkers pakken massaal hun telefoons om het blije kind uit Nederland te filmen…
Eén ding is zeker, wij doen helemaal niets meer vandaag. Nou ja, behalve eten dan. Omdat het moet. Even denken we nog om in het hotel een hapje te doen maar dat idee wordt al snel terzijde geschoven. Terug dan maar naar het restaurant waar we gisteren gegeten hebben. Weinig inspiratievol, dat wel, maar het is dichtbij en erg lekker. Zo ook vanavond weer.