Ren je Rot!

Addis Abeba – Arebbusch Travel Lodge (Windhoek)

Het is inmiddels kwart over negen in de ochtend en we zijn vanuit een regenachtig Ethiopië onderweg naar Windhoek. Of onze bagage er ook is, is nog maar de vraag. De meegenomen airtags geven niet echt een antwoord op de vraag waar de koffers zijn. Gewoon achterover leunen, wat eten en wat drinken en proberen wat slaap in te halen. Het gemis aan slaap is de schuld van een ietwat lawaaierig kind tijdens de nachtvlucht van Londen naar Addis. Helaas zijn de schreeuwgoden ons, ook tijdens de vlucht richting Windhoek, niet heel erg goed gezind. Ook deze reis zitten naast ons twee kinderen (met net te veel suiker op) die er werkelijk alles aan doen om ons tijdens de vlucht wakker te houden. Ondanks het geschreeuw, geschop en gejank lukt het ons toch om tussen de bedrijven door wat slaap te pakken.

Het vertrek vanaf de luchthaven van Addis was overigens een belevenis op zich. De enorme vertrekhal was verdeeld in twee stukken en gescheiden met een stuk touw. Aan de achterkant van de hal waren een aantal deuren waarachter bussen klaarstonden die ons naar de wachtende vliegtuigen moesten brengen. Nadat het sein ‘Ren je Rot’ was gegeven rende de menigte naar een van de deuren om daar vervolgens te boarden. We wringen ons door de menigte heen en wachten tot onze Martin Brozius de deur naar de bus opendoet en we naar het vliegtuig worden gebracht… Een ervaring rijker zullen we maar zeggen.

Keurig op tijd landen we op Windhoek. Terwijl we de vliegtuigtrap afdalen en richting douane wandelen bereiden we onszelf in stilte voor op de paspoort- en visumcontrole. Traditiegetrouw een puinhoop op Hosea Kutako International Airport wat ook nog eens een hoop tijd in beslag neemt. De visa van de familie Herps zijn in Nederland door het shuffelen van de bagage per ongeluk in het ruim beland. en de koffers? Die zijn er natuurlijk nog niet. Gelukkig wordt door hun beambte niet heel erg moeilijk gedaan! Twee hokjes verderop denkt een andere beambte daar heel anders over, de passagiers die daar staan in verbijstering achterlatend. We zijn inmiddels een deurtje verder dus malen verder niet om de andere passagiers… Bovendien en dat zullen we vast nog wel herhalen deze reis: “This is Africa man!” De rest van de dag blijven we in Windhoek. Op een steenworp afstand van de autoverhuurmaatschappij Asco hebben we een kamer gehuurd in de Arebbusch Lodge. De kamer is niet heel spectaculair maar krijgt zeker een voldoende. Zodra we de tassen in onze kamer hebben gedropt is het tijd voor onze eerste Windhoek Lager. Op het terras drinken we een ijskoud (want bevroren glazen) Hansa (en dus geen Windhoek) biertje. De prijs van de halve liter bier bedraagt 25 Namibische dollar. Dit is omgerekend 1,25 Euro en dat maakt het biertje voor ons zuinige Hollanders in ene nog veel lekkerder.

Vanavond eten we bij een oude bekende: Joes Beerhouse. Het moet zo’n honderd jaar geleden zijn geweest dat we hier voor de eerste keer hebben gegeten. Herinnering blijkt vooral een woord vanavond. Slechts heel in de verte kan ik nog iets herinneren van dit immense restaurant annex biergarten. Onze ober weet van aanpakken want naast onze bestelde biertje staan ook in no time onze gerechten voor ons op tafel. Zo maar een greep uit de bestellingen: Buikspek, een trio van Namibisch wild, varkensschenkel (het enige van het varken dat Bart eet) en spareribs. De maaltijden worden meer dan dankbaar genuttigd en zijn meer dan prima na vierentwintig uur van vliegtuigmaaltijden. We laten een en ander vergezeld gaan van een veel te koude rode wijn. Wat ook koud is, is de avond die inmiddels begonnen is, dus de jassen en vesten worden aangedaan. Als het laatste slokje wijn op is en er geen enkel restje vlees meer op de botten te vinden is, is het tijd om naar de lodge terug te keren. Onze chauffeur zet ons recht voor de deur van onze kamers af dus we kunnen zo in bed rollen. De eerste drieëndertig uur van Afrika 2025 zitten er inmiddels op en we kunnen wel stellen dat het nu al geslaagd is.